Van 1989 tot 1998 ben ik werkzaam geweest op een notariskantoor.
Voor het maken van de akten hadden we een computer: een kolossaal bakbeest, dat draaide op een stroperig programma uit het jaar nul!
Omdat er maar een paar exemplaren waren, moest er worden onderhandeld en als het uit de hand liep, sprong een van de notarissen ertussen om te bemiddelen.
We hadden een matrixprinter, een enorme kast, met hele stapels kettingpapier, die stond boven en maakte een ontiegelijke herrie, alsof er een straaljager overkwam!
Het kantoor werd bestierd door een ’oude’ en een ’jonge’ notaris.
De oude notaris moest weinig hebben van modernisering, de jonge stond daar juist voor open.
We hadden een stokoude intercom, die alleen door de oude notaris werd gebruikt. Als hij door dat ding toeterde, waren we spontaan Oost-Indisch doof en stiekem legden we er een telefoongids bovenop.
We saboteerden de boel net zo lang, tot hij de strijd opgaf en ons voortaan ging bellen.
Ondanks de lobby van de jonge notaris heeft het nog zeker drie jaar geduurd, voordat iedereen een eigen computer had, er kwamen zelfs twe laserprinters!
Weer een paar jaar later kregen we een hypermodern computersysteem, dat speciaal voor het notariaat was ontworpen.
Na een cursus van een paar dagen op locatie, kon iedereen er mee lezen en schrijven, zelfs de oude notaris!
Sterker nog: hij was de beste van de klas en werd onze troubleshooter, als we vastliepen, hielp hij ons vakkundig uit de brand.
Voor de correspondentie hebben we nog een hele tijd elektrische typemachines gebruikt, een bijna uitgestorven fenomeen!
Voor het onderhoud kwam twee keer per jaar ’onze’ Harry uit Dorst, daar keken we met smart naar uit!
Harry is niet zijn echte naam, maar in verband met privacy noem ik hem zo.
Weken van tevoren stond de afspraak al met grote, sierlijke letters in de agenda, zodat de voorpret kon beginnen.
Harry was een wandelend nieuwsblad, we smulden van de smeuïge roddels uit Dorst en omstreken, ook Rijen kwam voorbij.
Hij nam altijd wat lekkers mee voor bij de koffie en tijdens het sleutelen vertelde hij aan de lopende band schuine moppen, kortom: we hingen aan zijn lippen!
Normaal gesproken was het verzorgen van de koffie en thee de taak van de ’jongste bediende’, maar als Harry kwam, werd er door de collega’s gevochten om koffie voor hem te mogen zetten.
Uiteraard bleef hij ook lunchen en ’toevallig’ hadden wij allemaal onze broodtrommel meegenomen ;)
Eigenlijk had hij geen dagtaak aan het onderhoud, maar omdat wij hem van zijn werk hielden, draaide het daar vaak wel op uit.
De oude notaris was niet zo’n fan van Harry, hij vond hem luidruchtig, brutaal en grof in de mond, al kon hij niet ontkennen dat hij een vakman was.
Tot grote vreugde van de oude notaris en tot ons grote verdriet, werden de typemachines overbodig en moesten we afscheid nemen van Harry.
Een tijd geleden, kwam op de site van Omroep Brabant een filmpje voorbij over een typemachineverzamelaar, zijn hele kamer stond er vol mee en hij knapte ze zelf op. Ik moest gelijk aan Harry denken, toch jammer dat hij geen schuine mop vertelde…
