Er zijn momenten in een mensenleven waarop de tijd even lijkt stil te staan, waarop alles wat je bent en alles wat je hebt meegekregen, samenvalt op één plek. Voor ons, de broers Marcelissen, is de uitnodiging voor een tijdelijke expositie in het Nationaal Carnavalsmuseum in ’s-Hertogenbosch zo’n moment. Carnavalsdeskundige Rob van de Laar is zeer geïnteresseerd in ons verhaal en geeft ons de gelegenheid om te exposeren in ‘zijn’ museum. Het is een erkenning die verder gaat dan louter een presentatie van onze eigen bezigheden; het is een diepe buiging naar de bron waaruit onze verbeeldingskracht ooit ontsproot.
Hoewel we elk onze eigen weg hebben geplaveid – de een met potlood en papier, de ander met muzieknoten of het gesproken woord in de ton – delen we een onzichtbare basis. Onze fascinatie voor het volksfeest is geen toeval, maar een erfenis. Onze vader, Jos, was de stille architect van deze passie. Hij was een man die liever droomde in polyester en staal dan dat hij in de schijnwerpers trad. Zijn onvermoeibare inzet voor de praalwagens en zijn visie op het verenigingsleven vormden het kompas waarop wij nog altijd varen. Door onze archieven nu open te stellen voor het publiek, zetten we zijn levenswerk voort. Het is een manier om hem, ondanks zijn veel te vroege afscheid, alsnog het podium te geven dat hij zelf nooit opeiste.
Ook onze moeder vormde een onmisbare schakel. Zij was de stille getuige van onze eerste, vaak onbeholpen stappen in het feestgedruis. Haar steun gaf ons de ruimte om te experimenteren en te groeien. Deze tentoonstelling is daarom evengoed een ode aan haar geduld en moederlijke trots.
Als ambassadeurs van Raamsdonksveer voelen we een gezonde trots. We hebben ons best gedaan om de eigenzinnige humor en de tomeloze energie van ons dorp ver buiten de regio bekend te maken. Dat we nu, tussen de muren van dit eerbiedwaardige instituut in de Brabantse hoofdstad, het verhaal van 't Veer mogen vertellen, voelt als een bekroning op die missie. We laten zien dat traditie niet stilstaat, maar een levend spel is dat door elke generatie opnieuw wordt vormgegeven.
In de zalen van het museum vloeien onze werelden samen. De gedetailleerde schetsen van de wagenbouw, de scherpe teksten van de klets en de opzwepende ritmes van de muziek vormen gezamenlijk één groot portret van een familie die leeft voor de lach en de verbinding. Het is een eer om op deze manier bij te dragen aan de carnavalsgeschiedenis.
Het museum in de schaduw van de Sint-Jan biedt ons een plek om te laten zien waar we vandaan komen. We hopen dat de bezoekers niet alleen onze attributen zien, maar vooral de bezieling voelen die erachter schuilt. Carnaval is voor ons geen vlucht uit de werkelijkheid, maar de meest pure vorm van leven. Het is een ode aan de menselijke veerkracht, een testament van creativiteit dat we, met dank aan onze ouders, met de rest van de wereld mogen delen.
