Wie in de omgeving van Gilze en Rijen woont, is wel gewend dat er zo nu en dan helikopters en vliegtuigen te horen zijn. Afgelopen zaterdag klonk er boven de gemeente echter een heel ander geluid. Op Vliegbasis Gilze-Rijen kwamen historische militaire vliegtuigen van het type Harvard samen, uit Nederland, België en Duitsland. En dat was niet zomaar: het is precies tachtig jaar geleden dat de eerste Harvards op Gilze-Rijen neerstreken.

Door Fabienne Lantinga

De Noorduyn AT-16 Harvard speelde na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol bij de wederopbouw van de Nederlandse militaire luchtvaart. Na de Tweede Wereldoorlog speelde het toestel een belangrijke rol bij de wederopbouw van de Nederlandse militaire luchtvaart. Ook op Gilze-Rijen werden vliegers met de Harvard opgeleid. Volgens Gerard Moggré, Hoofd Vliegdienst bij de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (KLuHV) en zelf Harvard-vlieger, hebben er in die tijd zo’n tweehonderd op de vliegbasis gestaan.

Dat zaterdag opnieuw meerdere Harvards bij elkaar stonden en vlogen, maakte de dag voor hem bijzonder. “Wat is er nou mooier dan een aantal Harvards vliegend bij elkaar te hebben voor dit evenement?”, zegt Moggré. “Een beetje die tijd, die historie terughalen. Dat vind ik heel belangrijk.”

Vliegend erfgoed

Dat zoiets tachtig jaar later nog mogelijk is, is niet vanzelfsprekend. De KLuHV heeft haar thuisbasis op Vliegbasis Gilze-Rijen en is daar sinds 1969 actief. Vanuit de vliegbasis onderhoudt en vliegt de stichting de grootste vloot historische militaire vliegtuigen van Nederland. Zo’n 260 vrijwilligers zetten zich in om de toestellen te behouden en, waar mogelijk, in de lucht te houden.

Voor Harvard-vlieger en Hoofd Vliegoperatie Robert van Diemen zit juist daarin de waarde van de stichting. Een historisch vliegtuig kun je bewaren in een museum, maar volgens hem maakt het veel meer indruk wanneer het nog daadwerkelijk vliegt. Zeker tijdens herdenkingen merkt hij wat het geluid van de oude vliegtuigen bij mensen kan losmaken.

Ook Moggré maakte dat regelmatig mee. Soms staan bij een herdenking familieleden van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zelf met dergelijke vliegtuigen verbonden waren. “Dat zijn best wel emotionele momenten als wij daar overheen vliegen”, vertelt hij. “Dan moet je soms even slikken.”

Steun vanaf de grond

Naast de vrijwilligers wordt de stichting gesteund door zogeheten Flying Partners. Zij dragen financieel bij aan het behoud van de historische vloot. Pieter van den Ing (75) uit Rijen en Jaap van der Meer (72) uit Leeuwarden zijn twee van hen en waren zaterdag aanwezig. Voor Van den Ing begon die betrokkenheid dicht bij huis. Vanuit Rijen hoorde hij de historische toestellen regelmatig overvliegen. “Ik hoorde dat mooie geluid van zo’n oude zuigermotor. Toen ik met pensioen was, dacht ik: dat wil ik van dichtbij zien.”

Van der Meer vloog zelf al eens mee in een Harvard. Ook voor hem zit de waarde vooral in het feit dat de toestellen niet alleen tentoongesteld worden, maar nog altijd de lucht in gaan. “Het is zo langzamerhand vliegende historie.”

Tachtig jaar nadat de eerste Harvards op Gilze-Rijen landden, kwamen exemplaren uit drie landen er zaterdag opnieuw samen. Achter iedere Harvard die tegenwoordig opstijgt en in onderhoud staat, zit echter veel meer werk dan op zo’n dag zichtbaar is. In het weekblad van deze week vertellen Harvard-vliegers Gerard Moggré en Robert van Diemen en grondwerktuigkundige René Hoppenbrouwers over het werk en de mensen achter de Harvard.