Afgelopen zaterdag werd tijdens een speciale Harvarddag stilgestaan bij het feit dat de eerste Harvards tachtig jaar geleden op Vliegbasis Gilze-Rijen landden. Bezoekers konden de historische toestellen van dichtbij bekijken, plaatsnemen in de cockpit, oude foto’s en onderdelen bekijken en zelf uniformen passen. Ook waren er emblemen en andere merchandise verkrijgbaar en werd er een demonstratie gegeven. Voor het publiek begint de beleving vaak pas wanneer een Harvard tot leven komt en uiteindelijk loskomt van de grond. Maar voordat zo’n toestel überhaupt kan opstijgen, is er achter de schermen al ontzettend veel gebeurd.

Door Fabienne Lantinga

Soms zijn vrijwilligers maanden bezig om één historisch vliegtuig weer vliegklaar te krijgen. Onderdelen worden gezocht, techniek gecontroleerd, papierwerk geregeld en vluchten voorbereid. Maar voor de mensen van de Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (KLuHV) gaat het om veel meer dan alleen een oud vliegtuig in de lucht houden. Voor sommige vrijwilligers en leden begon die liefde al als kind. Voor anderen is de Harvard onlosmakelijk verbonden met familie.

“Er komt enorm veel bij kijken voor je een vliegtuig voor een uur de lucht in hebt”, zegt René Hoppenbrouwers. Als grondwerktuigkundige kent hij de Harvard van een heel andere kant dan de meeste mensen die het toestel zien overvliegen.

De Harvards waarmee de stichting vliegt, zijn inmiddels meer dan tachtig jaar oud. Dat betekent niet dat er met techniek van tachtig jaar geleden zomaar gevlogen kan worden. De toestellen moeten ook nu aan allerlei eisen voldoen. Er is papierwerk, er zijn vergunningen en een radio en een transponder zijn tegenwoordig noodzakelijk. Ondertussen worden bepaalde soorten brandstof en olie schaarser, en onderdelen zijn soms lastig verkrijgbaar.

Een kapotte motor is dan ook niet simpelweg een kwestie van een nieuwe bestellen. “Je kunt ze laten reviseren, maar als je dat laat doen, ben je een jaar onderweg voor je de motor terug hebt”, vertelt Hoppenbrouwers. “Dus als je pech hebt met de motor, sta je een jaar stil.”

Iedere Harvard heeft zijn eigen dingetjes

De KLuHV heeft vier Harvards in vliegende staat, al stonden er ten tijde van het gesprek drie in onderhoud. Na al die jaren kent Hoppenbrouwers de Harvards door en door. En ja, zegt hij, ieder toestel heeft zo zijn eigen karakter. “Ze hebben alle vier hun eigen dingetjes.”

Voordat een Harvard op een vliegdag vertrekt, wordt het toestel uitgebreid nagelopen. Zijn er beschadigingen? Hoe staan de banden erbij? Is er voldoende olie en brandstof? Dat is echter alleen het zichtbare laatste stukje van het onderhoud. Achter een vliegende ‘kist’, zoals Hoppenbrouwers het noemt, staat een veel grotere organisatie. Binnen de stichting werken verschillende afdelingen samen, van de Technische Dienst en Safety tot Finance, ICT en Communicatie en de horeca en crewroom. Daarnaast zijn er mensen nodig voor het magazijn en de inkoop van onderdelen, voor engineering en voor het plannen van werkzaamheden. Er zijn grondwerktuigkundigen en vliegers. Maar daarmee is de lijst nog niet compleet. “Je hebt hier ook mensen nodig die het gras maaien en de koffie zetten”, zegt Hoppenbrouwers.

Zo’n 260 vrijwilligers houden samen een historische vloot in stand. Sommigen zijn één dag per week aanwezig, anderen twee. Daardoor kan het maanden duren voordat werkzaamheden aan een toestel zijn afgerond. Wat voor het publiek uiteindelijk zichtbaar wordt, is slechts het laatste stukje van een veel groter geheel. “Om dat mogelijk te maken, zijn daar soms maanden werk aan voorafgegaan.”

Het vliegtuig komt tot leven

Als al het onderhoudswerk en de controles zijn gedaan, komt de Harvard in handen van mensen als Robert van Diemen, Harvardvlieger en Hoofd Vliegoperatie bij de KLuHV. Hij weet nog goed hoe hij zelf met het toestel in aanraking kwam. In 1992 mocht hij voor het eerst mee. Een buurman van zijn schoonouders vloog destijds bij de stichting en nam hem mee tijdens een fly-past. Drie jaar later sloot Van Diemen aan bij de KLuHV. Sinds 1998 vliegt hij op de Harvard.

Inmiddels doet hij dat al ruim 28 jaar. Toch is het starten van zo’n toestel volgens hem nog altijd iets bijzonders. “Het vliegtuig komt tot leven.” Er verschijnt rook, meters en wijzers komen in beweging en de motor begint te draaien. Dat staat in schril contrast met de moderne vliegtuigen waarop Van Diemen tegenwoordig lesgeeft. Daar bestaat de cockpit grotendeels uit schermen en is het veel stiller. “In de Harvard zijn het allemaal klokken. Het trilt en er zitten wijzertjes. Het ruikt ook anders.” Terwijl hij vertelt, is een twinkeling in zijn ogen te zien.

Dat rauwe karakter van de Harvard is een deel van de aantrekkingskracht. Maar vliegen met het toestel vraagt ook ervaring. Zeker wanneer meerdere Harvards samen de lucht in gaan.

Van Diemen vloog onder meer formaties tijdens de Veteranendag in Den Haag en bij de Grand Prix van Zandvoort. Bij zulke vluchten moet niet alleen veilig worden gevlogen, maar is ook de timing belangrijk. De vliegtuigen moeten op het afgesproken moment precies op de juiste plek zijn. En tijdens formatievluchten komen ze dicht bij elkaar.

“Het heeft voor 95 procent te maken met vertrouwen”, vertelt de Harvardvlieger. “Wij kunnen lezen en schrijven met elkaar. We hebben aan één blik, één woord genoeg.” Soms zit er slechts ongeveer anderhalve meter tussen twee toestellen. Daarbij vliegen ze vaak ook echt heel laag. Dat vraagt training, maar vooral dat de vliegers precies weten wat ze aan elkaar hebben. Juist daarin zit voor Van Diemen ook een belangrijk deel van de passie. Niet alleen het vliegen zelf, maar het samen doen. “Dat geeft gigantisch veel saamhorigheid. Met elkaar zoiets neerzetten en doen, is gewoon heel leuk.”

Vlammen in het donker

Voor grondwerktuigkundige Hoppenbrouwers begon die fascinatie niet in een cockpit of hangar, maar thuis in Rijen. Zijn opa was luchtverkeersleider op Vliegbasis Gilze-Rijen en vertelde zijn kleinzoon over de vliegtuigen die er vlogen. Vooral de verhalen over de Harvard bleven hangen. Over avondvluchten in het donker, het lawaai en de vlammen die uit de uitlaat kwamen.

“Dat maakte indruk op mij.” Later zag hij vanuit zijn eigen zolderraam historische vliegtuigen overvliegen. De stichting was toen al actief op Gilze-Rijen. Langzaam vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Hoppenbrouwers ging naar school om vliegtuigmonteur te worden en meldde zich uiteindelijk bij de KLuHV. Hij ging er nooit meer weg.

Inmiddels is hij zo’n 24 jaar bij de stichting betrokken. Hij woonde en werkte een tijd in Canada, maar keerde terug naar Rijen. Daar werkt hij nu aan dezelfde vliegtuigtypes waarover zijn opa hem vroeger vertelde. “Het is eigenlijk mijn passie en mijn leven.”

Dat gevoel kwam onlangs tijdens een testvlucht opnieuw naar boven. Hoppenbrouwers zat achterin een Harvard waarmee na werkzaamheden gevlogen moest worden. Na ongeveer een uur in de lucht keerde het toestel terug richting Gilze-Rijen. Vanuit de Harvard zag hij de vliegbasis onder zich liggen. De plek waar tachtig jaar geleden de eersten arriveerden. De plek waar zijn opa werkte. En de plek waar hij zelf al jaren aan diezelfde vliegtuigen sleutelt. “Toen besefte ik ineens: deze vliegtuigen zijn hier al tachtig jaar. Ze horen hier gewoon thuis.”

‘Toen dacht ik: pa...’

Ook voor Gerard Moggré lopen familie en Harvard door elkaar heen. Moggré is Hoofd Vliegdienst bij de KLuHV en kwam in 2010 bij de stichting. Hij wilde graag Harvard vliegen, maar daar krijg je niet zomaar de kans voor. Pas jaren later werd hem gevraagd of hij op het toestel wilde worden opgeleid. Daar hoefde hij niet lang over na te denken.

Zijn eerste vlucht volgde in mei 2017. Moggré was gespannen, vertelt hij, maar vooral op een positieve manier. Voor hem zat er namelijk nog een extra betekenis aan die vlucht. Zijn vader was technisch medewerker bij de luchtmacht geweest en had vroeger zelf aan Harvards gewerkt op Gilze-Rijen. Toen zijn zoon uiteindelijk zelf achter de stuurknuppel van een Harvard plaatsnam, leefde hij niet meer.

De instructeur die naast Moggré zat, kende het verhaal. Voor vertrek zei hij maar één ding tegen hem: ‘geniet ervan’.

Een paar weken later mocht Moggré voor het eerst alleen met de Harvard de lucht in. Hij steeg op, trok de wielen en flaps in en draaide naar links. “Toen had ik zoiets van: ...pa...” Terwijl hij vertelt, schudt hij langzaam met zijn hoofd en maakt met zijn armen een gebaar van ongeloof en verwondering. Het raakt hem nu, jaren later, nog steeds. Misschien verklaart dat ook waarom de Harvard voor Moggré nooit zomaar een vliegtuig is geweest. “Ik voel me zó thuis in dat vliegtuig. Het is net alsof ik thuis voor de televisie in mijn stoel zit.”

Dat klinkt bijna alsof het vliegen vanzelf gaat, maar niets is minder waar. “Het is niet het makkelijkste vliegtuig dat er is. Dat zeker niet”, lacht hij. Onlangs vloog Moggré er weer mee nadat hij negen of tien maanden niet in een Harvard had gezeten. Zodra de wielen en flaps omhoog waren, kwam het gevoel terug. “Je hebt dat toch in je vingers. Maar de Harvard is toch altijd iets speciaals.”

Meer dan een oud vliegtuig

Dat bijzondere zit voor de drie mannen niet alleen in het toestel zelf. De Harvard is een militair lesvliegtuig waarop tijdens en na de Tweede Wereldoorlog generaties vliegers werden opgeleid. Na de oorlog kreeg het toestel bovendien een belangrijke rol bij de wederopbouw van de Nederlandse militaire luchtvaart. Daardoor is de Harvard verbonden met talloze persoonlijke verhalen en duikt het toestel ook nu nog regelmatig op bij herdenkingen.

Gerard Moggré heeft meegemaakt wat zo’n vlucht kan betekenen voor mensen die op de grond staan. Bij herdenkingen zijn soms familieleden aanwezig van vliegers die tijdens de oorlog omkwamen. Wanneer er vervolgens een historisch vliegtuig overvliegt van een type waarmee hun vader of opa verbonden was, komt dat binnen.

“Dat zijn best wel emotionele momenten als wij daar overheen vliegen”, vertelt Moggré. “Dan moet je soms even slikken.”

Van Diemen herkent dat. Toen hij jaren geleden begon met het vliegen van herdenkingsvluchten, waren er nog veel veteranen zelf aanwezig. Inmiddels zijn het vaker hun kinderen en kleinkinderen die langs de kant staan.

Juist daarom vindt hij het belangrijk dat historische vliegtuigen niet alleen worden bewaard. Hoppenbrouwers is het daarmee eens. “Een vliegtuig kun je heel mooi gepoetst in een museum zetten. En dan kan iedereen ernaar kijken. Maar met wat wij hier doen, kun je ze ook echt beleven. Je kunt ze zien, je kunt ze horen, je kunt ze voelen, je kunt ze ruiken.”

Moggré voegt daaraan toe: “De vrijwilligers doen ongelooflijk hun best om die historie, de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding in ere te houden. Het zou mooi zijn als mensen daardoor stilstaan bij wat er in het verleden allemaal is gebeurd en wat vrijheid nu precies betekent.”