De Chinook-transporthelikopters van vliegbasis Gilze-Rijen zijn de afgelopen dagen volop ingezet bij de bestrijding van natuurbranden in Nederland. Met grote hoeveelheden water ondersteunen de helikopters de brandweer vanuit de lucht op plekken waar het vuur vanaf de grond moeilijk te bereiken is. De recente inzetten laten opnieuw zien welke belangrijke rol het Defensie Helikopter Commando (DHC) vanuit Gilze-Rijen speelt bij de nationale veiligheid. Maar wat gebeurt er eigenlijk wanneer de hulp van de Chinooks wordt ingeroepen? En hoe is het om als vlieger boven zo'n enorme natuurbrand te hangen?

Door Fabiënne Lantinga

Foto's: Mediacentrum Defensie

De 40-jarige kapitein-vlieger Robin weet als geen ander hoe het is om boven een natuurbrand te hangen. Vlieger, want bij Defensie spreken ze niet over piloten. Robin vliegt sinds 2015 op de Chinook en kwam deze week zelf in actie bij de grote natuurbrand bij Venray. Na zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) vertrok hij naar de Verenigde Staten om te leren helikoptervliegen. Daar werd hij vervolgens opgeleid voor de Chinook. Een andere helikopter heeft hij bij Defensie nooit gevlogen.

‘We weten dat we dit kunnen’

Maandag begon voor Robin eigenlijk als een gewone werkdag op vliegbasis Gilze-Rijen. Hij stond die dag stand-by en was later begonnen, zodat hij indien nodig tot zonsondergang door zou kunnen vliegen. Van de grote natuurbrand bij Venray had hij op dat moment zelfs nog weinig meegekregen.

Tot het bericht kwam: er is een inzet.

Voor buitenstaanders zijn de beelden spectaculair. Een Chinook die met een enorme waterzak onder zich over een brandend natuurgebied vliegt, rook die opstijgt en duizenden liters water die in één keer naar beneden komen. Wie denkt dat Robin op zo'n moment vol adrenaline in de cockpit zit, heeft het mis.

“We weten dat we dit kunnen”, zegt hij nuchter.

De spanning zit voor hem niet in het vliegen richting de vlammen, maar in iets anders. “Kunnen wij zo efficiënt mogelijk die blusoperatie opzetten? Ga ik geen tijd laten liggen? Ga ik minder drops maken dan ik eigenlijk kan? Weet ik precies wat ik aan het doen ben? Weet mijn bemanning precies wat ze aan het doen zijn?”

Juist daarvoor wordt voortdurend getraind. Zodra iedereen weet wat er moet gebeuren, probeert de bemanning de inzet steeds verder te verbeteren. “Als je voor de eerste keer wordt ingezet, is die spanning er wel. Maar daarna weet je dat je het kunt en ben je eigenlijk de hele tijd aan het optimaliseren.”

Geen minuut verspillen

Een oproep betekent ondertussen niet dat de Chinook simpelweg wordt gestart en richting de brand vliegt. Terwijl de bemanning zich klaarmaakt, moet er in korte tijd een compleet beeld ontstaan. Waar kan water worden gehaald? Waar kan de Chinook tanken? Hoeveel tijd kan hij boven de brand blijven? En hoeveel drops kunnen binnen die tijd worden uitgevoerd?

Robin en zijn collega's rekenen daarbij voortdurend vooruit. Bij Venray werd aanvankelijk op vliegbasis Volkel getankt. Dat betekent dat de helikopter tijdelijk weg is bij de brand. “Als die brandstof dichterbij kan komen, vergroot ik de tijd die ik boven de brand heb.”

Ook de afstand tot het water maakt verschil. Hoe korter de afstand tot het water, hoe meer tijd de Chinook daadwerkelijk boven de brand kan doorbrengen.

Bij de inzet werken de mensen in de lucht nauw samen met de hulpdiensten op de grond. Een belangrijke schakel daarin is het Mobile Air Operations Team (MAOT) van het DHC (Defensie Helikopter Commando). Het team ondersteunt de operatie ter plaatse en vormt de verbinding tussen de helikopterbemanning en de brandweer.

De inzet met de grote waterbucket onder de Chinook wordt binnen Defensie Fire Bucket Operations, kortweg FBO, genoemd. Voor Fire Bucket Operations is de Chinook de primaire helikopter. De Cougar kan technisch gezien ook met een bucket vliegen, maar heeft inmiddels al geruime tijd een andere taak als onderdeel van het Special Operations Squadron.

Vier mensen, één Chinook

Bij een Fire Bucket Operation bestaat de bemanning uit twee vliegers en twee loadmasters. Bij andere missies kan die samenstelling anders zijn. Dat die samenwerking belangrijk is, wordt vooral duidelijk op het moment dat de helikopter boven de brand komt.

Robin kan vanuit de cockpit goed vooruit kijken. Maar wat zich recht onder de Chinook afspeelt, ziet iemand anders beter. “De loadmaster kan om de kist heen en recht naar beneden kijken. Op het laatste moment heeft die het beste beeld op de brand.”

De brandweer geeft aan waar ondersteuning nodig is. Vervolgens wordt samen bepaald hoe het water het meest effectief kan worden ingezet. Daarbij koppelt ook de bemanning terug wat zij vanuit de lucht ziet. Soms kan de bemanning vanuit de lucht het beste bepalen wanneer de bucket moet worden geleegd, een andere keer komt de aanwijzing vanaf de grond. En na een drop is het niet simpelweg: op naar de volgende.

“Hoe ging dat? Hebben we het goed gezien? Was het wel of niet goed? En dan probeer je dat te verbeteren.” Soms is de feedback heel concreet: “Een tikkie links, een tikkie rechts.”

Robin vat het eigenlijk heel eenvoudig samen: “Je bestuurt zo'n heli met z'n allen.”

Eén vlieger bestuurt het toestel, de andere houdt zich bezig met het verloop van de missie en de loadmasters vormen achterin de ogen en oren die de vliegers op bepaalde momenten nodig hebben. “Wij trainen er alleen maar op om dat naadloos te laten samenwerken.”

Vuur aanwakkeren

Zelfs het enorme vermogen van de Chinook brengt een uitdaging met zich mee. De Chinook weegt tijdens zo'n inzet met water zo'n 22.000 tot 23.000 kilo. Om dat gewicht in de lucht te houden, verplaatsen de rotoren enorme hoeveelheden lucht.

Die zogenoemde downwash kan boven een natuurbrand juist averechts werken. Wanneer de Chinook voor een drop te langzaam vliegt, kan de luchtstroom het vuur aanwakkeren.

Ook daar moet de bemanning dus voortdurend rekening mee houden. Soms wordt bewust iets meer snelheid gehouden. Op andere momenten kan juist worden vertraagd om veel water heel geconcentreerd op één plek te krijgen. Het laat zien hoeveel afwegingen er schuilgaan achter het beeld dat vanaf de grond misschien maar enkele seconden duurt: een Chinook komt aanvliegen, water valt, de helikopter verdwijnt weer.

‘Ik ben dankbaar dat ik dit mag doen’

Dat er veel verantwoordelijkheid op zijn schouders rust, voelt Robin wel. Tegelijkertijd is het voor hem onderdeel van het vak. Hij heeft eerder met tientallen mensen achterin gevlogen, voerde operaties uit in Irak en maakte deel uit van de VN-missie MINUSMA in Mali, waar Chinooks onder meer beschikbaar waren voor medische evacuaties.

Maar wanneer hem wordt gevraagd wat het betekent om met zijn Chinook in eigen land te kunnen helpen, hoeft hij niet lang na te denken.

“Ik vind het mooi. Ik ben dankbaar dat ik dat mag doen. En ja, het is wel vet. Dat je in zo'n grote heli zit, met mensen waarmee je samen traint of die jij hebt opgeleid, gesteund door zo'n heel DHC, dus een hele vliegbasis.”

Want waar de buitenwereld één Chinook ziet, ziet Robin iets heel anders. “De heli komt in het nieuws. Alleen, er zit wel een hele organisatie achter.” Zonder die organisatie komt hij niet van de grond. Juist daar zit voor Robin ook de trots. “Ik vind het gaaf dat je onderdeel van zo'n professionele organisatie bent.”

Klaar. Evalueren. Door.

Wanneer Robin na een inzet weer landt op Gilze-Rijen, zit het werk er nog niet helemaal op. Er wordt teruggekeken. Hebben ze ergens tijd laten liggen? Hoe verliep de samenwerking? Wat kan de volgende bemanning anders of beter doen?

Die informatie wordt meteen doorgegeven. Toen Robin maandagavond terugkwam van Venray, verzamelde hij de ervaringen van de bemanning voor hem en die van zijn eigen crew. De vlieger die de volgende ochtend zou vertrekken, kreeg die informatie mee.

“Dan kijk je terug: er is niks misgegaan. We hebben het goed gedaan.” Vervolgens worden de verbeterpunten eruit gehaald. “We proberen het de volgende keer nog beter te doen en dan gaan we door.”

En dat ‘doorgaan’ bedoelt hij vrij letterlijk. De inzet is voorbij, de Chinook staat weer op Gilze-Rijen en de organisatie schakelt terug. “Morgen gaan we weer training of opleiding vliegen. En ik moet een vergadering in ofzo. En dan gaan we door. Want we weten niet of we weer worden ingezet, ook al is de brand nog niet helemaal geblust.”

‘Het is wel echt ergens voor’

Fire Bucket Operations vormen maar een fractie van wat Robin en zijn collega's met de Chinook moeten kunnen. De transporthelikopter wordt wereldwijd ingezet voor uiteenlopende militaire en humanitaire missies. Dankzij de training en inzetbaarheid die daarvoor nodig zijn, kan de Chinook ook in eigen land worden ingezet om hulpdiensten te ondersteunen wanneer daarom wordt gevraagd.

En juist daar ligt ook de verbinding met Gilze en Rijen. Robin begrijpt dat het geluid van de Chinooks voor omwonenden soms veel kan zijn, zeker wanneer tijdens het nachtvliegseizoen voor de zoveelste keer een helikopter overkomt. “Maar het is wel echt ergens voor.”

Die trainingsuren zijn niet alleen nodig om een missie goed uit te kunnen voeren, maar ook voor de veiligheid van de bemanning. In de lucht kunnen fouten immers grote gevolgen hebben. “Vliegen is niet vanzelfsprekend”, zegt Robin. Juist daarom moeten vliegers en loadmasters blindelings op hun training én op elkaar kunnen vertrouwen.

En wanneer dan het telefoontje komt dat ergens in Nederland hulp vanuit de lucht nodig is, zijn ze er klaar voor.