Gilzenaar Sjon Scheerder (57) ontving het MOD-draaginsigne, een bijzondere erkenning voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Commissaris van de Koning Ina Adema reikte de onderscheiding op woensdag 17 juni in Den Bosch uit aan achttien oud-militairen. Scheerder was één van de vier dienstslachtoffers die deze bijzondere erkenning kreeg. Een goed moment om met hem terug te kijken op zijn lange strijd voor erkenning, maar ook op de gebeurtenissen die zijn leven voorgoed veranderden.

Tekst: Marlene Lunter Foto’s: Oosterbaan Fotografie

Het was een mooie en waardige ceremonie, aldus Sjon. “De woorden van Ina Adema deden me goed.” Samen met anderen heeft hij jarenlang voor de erkenning van het leed van militaire oorlogs- en dienstslachtoffers gestreden. De inzet en steun van Ronald Odenkirchen, voorzitter van de BNMO (Bond van Nederlandse Militaire Oorlog- en Dienstslachtoffers), was daarbij van groot belang. Dienstslachtoffers worden namelijk achtergesteld bij de veteranen, militairen die uitgezonden zijn geweest naar oorlogsgebied en daar gewond zijn geraakt, terwijl ze met dezelfde klachten te maken hebben.

Sjon: “Zowel Defensie als de gemeente heeft een zorgplicht naar beide groepen, maar de dienstslachtoffers worden achtergesteld.” Zo zijn er o.a. minder vergoedingen voor therapieën. En vaak is het zo dat Defensie en de gemeente naar elkaar wijzen waardoor dienstslachtoffers van het kastje naar de muur worden gestuurd. Onrechtvaardig en frustrerend, vindt Sjon. Hij hoopt dat het MOD-insigne een eerste stap is naar gelijkwaardigheid.

Verwond geraakt

In het insigne is de tekst Serviendo laesus gegraveerd: verwond door te dienen. Tijdens het gesprek met het weekblad draagt Sjon het insigne op zijn T-shirt. Het bijbehorende document staat ingelijst op tafel en foto’s van de uitreiking hangen aan de muur.

Sjon heeft insignes bij laten maken: als badge, als sleutelhanger en als dasspeldje. Hij is niet de enige die er zo blij mee is. Andere ex-militairen hebben hem al gevraagd er ook voor hen bij te laten maken. Eén van hen heeft het teken op zijn arm laten tatoeëren om het altijd bij zich te dragen.

Traumatische gebeurtenissen

In de jaren negentig overkwamen Sjon toen hij als piepjonge militair op oefening was in Duitsland twee ongelukken waarvan hij tot op de dag van vandaag nog last heeft. Door het eerste traumatische voorval in 1992 liep hij PTSS op. Ruim dertig jaar later raakt hij nog geëmotioneerd als hij erover vertelt.

Later overkwam hem nog een ongeluk waarbij hij zwaar beenletsel opliep waardoor hij nog steeds mank loopt. Pas jaren later kwam hij erachter dat hij ook hersenletsel had opgelopen. “Ik haalde goede cijfers op school, maar sinds het ongeluk heb ik problemen met het kortetermijngeheugen, met concentratie en met schrijven.” Daarom heeft hij het interview met het weekblad op papier goed voorbereid. Soms zoekt hij naar woorden.

Na twee jaar revalidatie werd hij in 1994 uit dienst ontslagen. Defensie regelde wel een opleiding voor hem op Werkenrode, een instituut in Groesbeek voor voortgezet onderwijs voor leerlingen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Daar leerde hij zijn aanstaande vrouw kennen.

Hij heeft nog wel een aantal jaren gewerkt, maar werd uiteindelijk helemaal afgekeurd. “Ik heb het geprobeerd. Maar ik heb geheugenproblemen en kan niet lang lopen of staan.”

Uitbarstingen

Hij slaapt al dertig jaar maar twee à drie uur per nacht. Regelmatig maken nachtmerries hem wakker. Dan is hij óf heel boos óf verdrietig en angstig. Als hij boos is, verbouwt hij de slaapkamer of verwondt hij zichzelf. Als hij verdrietig of bang is, kruipt hij onder de tafel met het matras voor zich.

Het slaaptekort tast zijn algehele gezondheid aan en hij is snel moe. Als hij ergens is, scant hij eerst de omgeving: waar is de uitgang? Hoe kan hij zo snel mogelijk weg? Als hij dan gaat zitten, moet dat een plek zijn waar niemand achter hem langs kan lopen. Talloze therapieën hebben weinig verlichting gebracht.

Zijn vrouw heeft veel zorg nodig die Sjon haar op het moment niet kan geven en daarom woont ze voorlopig ergens anders. En zo kan hij beter aan zichzelf werken.

Wat helpt

Wat het beste helpt, is praten. Maar Defensie heeft dat door een geheimhoudingsverklaring onmogelijk gemaakt. “Ik was na het eerste ongeval nog in shock toen ze me al lieten tekenen.” Jarenlang zweeg hij tegen familie, vrienden en zijn vrouw.

Praat er maar over, zegt de advocaat die hij nu in de arm heeft genomen. Toch wil hij de details van wat hem overkwam niet in het weekblad afgedrukt zien.

In gespreksgroepen op De Basis in Doorn, waar geüniformeerden nazorg krijgen, blijft alles binnenskamers. Sjon kon er veel kwijt. “Dat is zwaar in het begin. Er ging nogal eens een stoel door de kamer. Na die bijeenkomsten voel ik me altijd een stuk beter.”

Praten doet hij ook in moeilijke momenten met zijn buddy. Telefonisch, want die woont in Enschede. “Ook dokter Starmans was een grote steun voor me. Hij is een veteraan en begreep me heel goed.”

Zijn hobby metaaldetectie hielp Sjon in zware momenten. Als oud-medewerker van de EOD (Explosieven Opruimingsdienst Defensie) wist hij goed wat hij deed. Hij had een vergunning en zocht niet naar munitie, maar naar munten. “Dat mag nu niet meer, er liggen te veel bommen en granaten.”

Broederschap

Het insigne werd vorig jaar voor het eerst uitgereikt. Sjon: “Veel dienstslachtoffers hebben het afgewezen. Het heeft te lang geduurd voor ze, er is te veel pijn. Sommigen willen niets meer met Defensie te maken hebben.” Begrijpelijk, vindt hij.

Maar er zijn ook slachtoffers van de radar verdwenen. “Door drank- en drugsproblemen zijn sommigen dakloos geraakt.” Ook hen gunt Sjon de erkenning van het MOD-insigne. “Misschien zijn er meer mensen in onze gemeente die er recht op hebben.” Wie in aanmerking komt, kan het insigne alsnog aanvragen.

Ondanks alles heeft Sjon geen spijt van zijn werk bij Defensie. “Als het kon, zou ik zo weer teruggaan.” Het is vooral de onderlinge broederschap die er heerst die hem trekt. En Defensie is een goede werkgever zolang je gezond bent.