Voor de meeste mensen is de Nijmeegse Vierdaagse een indrukwekkende wandelprestatie. Voor Martien Swolfs uit Gilze is het veel meer dan dat. Dinsdag 21 juli staat hij voor de zestiende keer aan de start van het wandelevenement, waaraan jaarlijks tienduizenden deelnemers uit tientallen landen meedoen. Deze editie is extra bijzonder, omdat hij voor het eerst samen met zijn zoon Marcel de vijftig kilometer loopt. ”Ik wil proberen alles met hem samen te lopen.”

Door Fabienne Lantinga

Foto: Cor de Kok

De Nijmeegse Vierdaagse is voor Martien inmiddels een vaste traditie. Toch voelt de start ieder jaar weer spannend. ”Ik kijk nergens echt tegenop, maar het blijft spannend. Het is nooit vanzelfsprekend dat je hem uitloopt. Je moet vier dagen lang scherp blijven, want een ongeluk zit in een klein hoekje.”

Dat weet hij uit ervaring. De dagen beginnen vroeg. Heel vroeg zelfs. Rond kwart over twee gaat de wekker, terwijl de nachten vaak kort zijn. ”Ik heb jaren gehad dat ik maar tweeënhalf uur sliep. Na de derde nacht wordt het echt taai. Dan lever je een behoorlijke inspanning en slaap je nauwelijks. Juist dan moet je goed blijven opletten.”

Vader en zoon

Dit jaar krijgt de Nijmeegse Vierdaagse voor Martien een extra betekenis. Zijn zoon Marcel doet voor het eerst mee en loopt ook de vijftig kilometer. Voor Marcel is de Vierdaagse bovendien een voorbereiding op een volgende uitdaging: in augustus wil hij samen met een vriend honderd kilometer rondom een meer in Zwitserland wandelen. Martien hoopt zoveel mogelijk samen met hem op te lopen.

”Dat lijkt me heel mooi. Hij heeft ongeveer hetzelfde wandeltempo als ik.”

Hoewel Martien zichzelf geen fanatieke trainer noemt, heeft hij de afgelopen maanden toch flink wat kilometers gemaakt. Samen met zijn wandelmaatjes liep hij onder meer de Bloesemtocht van 42 kilometer, een wandeling van 33 kilometer en een tocht van 17,5 kilometer. ”Ik heb ook een jaar alleen maar vier keer vijftien kilometer getraind voor de Vierdaagse. Dat was heel mijn training. Maar we hadden ideaal wandelweer, tussen de 19 en 23 graden. Toen liep ik de Vierdaagse op zijn boerenfluitjes.” Tegelijkertijd weet hij dat het ook heel anders kan verlopen. ”Ik heb ook wel een keer gehad dat het eigenlijk echt niet meer ging.”

Tijdens de Bloesemtocht leerden vader en zoon meteen hoe belangrijk goed materiaal is. Bij de Bloesemtocht liepen ze noodgedwongen ruim 24 kilometer achter elkaar door, omdat er onderweg geen geschikte plek was om te pauzeren. Marcel hield daar vijf blaren aan over.

”Toen bleek dat hij niet de juiste schoenen had. Inmiddels heeft hij andere aangeschaft. Dat soort dingen ontdek je alleen door te oefenen. Je moet je schoenen goed inlopen en uitvinden wat bij jouw voeten past.”

Zelf loopt Martien al jaren op speciale wandelsokken met een specifieke linker- en rechtersok om de kans op blaren zo klein mogelijk te maken.

De sfeer is de belangrijkste reden

Na elf deelnames dacht Martien ooit dat hij de Nijmeegse Vierdaagse wel had gezien. De routes kende hij inmiddels uit zijn hoofd en hij dacht dat het mooi was geweest. Door de coronaperiode ging de Nijmeegse Vierdaagse twee jaar niet door. Toen het evenement weer werd georganiseerd, begon het echter opnieuw te kriebelen. ”Alsof ik het weer helemaal te pakken had.”

Op de vraag waarom hij na al die jaren nog steeds meedoet, hoeft Martien niet lang na te denken. ”De voornaamste reden is gewoon de sfeer die daar hangt.”

Die sfeer begint volgens hem al voordat de eerste kilometers zijn gelopen. Terwijl de wandelaars in alle vroegte vertrekken, staan studenten in Nijmegen hen al luidkeels aan te moedigen.

”Dan denk ik altijd: die studenten zijn gek. Ze hebben al dagen feestgevierd en staan om vier uur ’s nachts alweer te klappen en te juichen. Dat is toch zo bijzonder, dat moet je gewoon een keer meemaken.”

Ook de bewoners langs de route maken ieder jaar indruk op hem.

”Soms loop je om half vijf door een dorp en zitten de mensen al buiten alsof het halverwege de ochtend is. Ze hebben stoelen op de oprit gezet en moedigen iedereen aan. Je blijft urenlang ’goedemorgen’ zeggen.”

Je loopt nooit alleen

Hoewel Martien vaak een iets hoger wandeltempo heeft dan veel bekenden en daardoor regelmatig alleen loopt, voelt hij zich nooit alleen.

”Je loopt misschien alleen, maar je bent er nooit alleen. Je maakt onderweg altijd wel een praatje. Met andere wandelaars, met militairen of met mensen langs de kant. Iedereen praat gemakkelijk met elkaar. Dat maakt het zo gezellig.” Ook buiten het wandelen leeft hij mee met de tradities van de Nijmeegse Vierdaagse. Iedere wandeldag heeft zijn eigen kleur: Blauwe Dinsdag, Roze Woensdag, Groene Donderdag en Oranje Vrijdag. Martien zorgt iedere dag voor een passend shirt. ”En zelfs mijn onderbroek heeft dezelfde kleur”, vertelt hij lachend. ”Dat hoort er gewoon een beetje bij.” Als inwoner van Gilze draagt hij daarnaast altijd iets in de blauw-gele kleuren.

Wandelaars uit de regio

Martien is niet de enige deelnemer uit de regio. Op de foto staan ook Ton Swolfs uit Gilze, die de veertig kilometer voor de zesde keer loopt, Ton de Wijs uit Hulten, die voor de zevende keer deelneemt, en Marcel Swolfs uit Tilburg, die zijn eerste Nijmeegse Vierdaagse loopt.

Daarnaast doen ook Henk Thielen en Mathie Schuurmans uit Rijen mee aan de veertig kilometer. Voor Thielen wordt het zijn twintigste deelname, voor Schuurmans zijn achttiende.

Na afloop van iedere wandeldag treffen de wandelaars elkaar op de Wedren om na te praten. Ook na de Nijmeegse Vierdaagse komt de groep nog een keer bij elkaar.

Voor Martien is de Nijmeegse Vierdaagse allang meer geworden dan een wandelprestatie. Het is een jaarlijkse ontmoeting met bekenden, een week vol saamhorigheid en dit jaar bovendien een bijzondere ervaring die hij voor het eerst samen met zijn zoon beleeft.