JavaScript is disabled in your web browser or browser is too old to support JavaScript. Today almost all web pages contain JavaScript, a scripting programming language that runs on visitor's web browser. It makes web pages functional for specific purposes and if disabled for some reason, the content or the functionality of the web page can be limited or unavailable.

Natuursprokkels

Het lentefeest is aangebroken

Het is 26 februari en carnaval staat voor de deur, maar ook voor de dieren en planten is het feest, want de lente is nu goed begonnen. De afgelopen week zagen we overal al gewone sneeuwklokjes bloeien. Menige krokus steekt reeds zijn groene verschijning boven het maaiveld uit en sommige van hen staan al in bloei. De hazelaars laten al volop de hangende mannelijke delen zien en ook de prachtige vrouwelijke bloempjes zijn weer aanwezig. Om die laatste te zien, moet je wel heel dicht bij staan, want die vrouwtjes zijn echt heel klein. Overigens raad ik dat niet aan voor hooikoortspatiënten, want de hazelaar is zo’n beetje de eerste die de neusgaten weer actief maken en flink niezen is dan het resultaat.

Stinsenplanten

Wat veel mensen niet beseffen, is dat veel voorjaarsbloeiers niet oorspronkelijk inheems zijn. Het zijn namelijk allemaal stinsenplanten. Stinsenplanten (soms stinzenplant) zijn in feite planten, die meestal te vinden waren in de nabijheid van kastelen, kloostertuinen en andere historische landgoederen. De naam stins komt oorspronkelijk uit Friesland. Daar werden in de middeleeuwen bewoonbare en verdedigbare torens neergezet, die van steen waren. Het Friese woord voor die stenen behuizing was stins wat letterlijk steenhuis betekent. Het woord stinsenplant werd echter voor het eerst pas geïntroduceerd in 1932. Botanici (plantenwetenschappers) zijn die naam gaan gebruiken bij de beschrijving van de planten die ze vonden bij een oude stins in Veenwouden. Daarna gingen ze die term ook gebruiken bij beschrijving van planten op historische locaties. Later verviel het woord stinsen en werden de grote langgoederen staten genoemd. Er zijn overigens nog enkele stinsen te vinden in Friesland en in het in Duitsland gelegen Oost Friesland.

Uit het zuiden

Veel van die mooie stinsenplanten zijn vaak eeuwen geleden vanuit het zuiden ingevoerd. Gelukkig kennen we ook enkele inheemse stinsenplanten, maar die groeien dan niet in heel Nederland, maar regionaal. Een bekende is de gevlekte aronskelk, die als inheemse plant groeit in Zuid Limburg. Bij deze alle stinsenplanten met daarachter de oorsprong. Gewoon sneeuwklokje (Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest-Azië), sterhyacint (Midden- en Zuid-Europa en in Klein-Azië), sneeuwroem (West-Turkije), winterakoniet (Zuid-Europa), krokus (bergen rond de Middellandse Zee), lenteklokje (bergen Midden-Europa en delen Zuid-Europa), bosanemoon (inheems), gele anemoon (gematigde regio’s van Europa en Azië), vingerhelmbloem (inheems), holwortel (inheems), zomerklokje (West-, Midden- en Zuidoost-Europa), boshyacint of wilde hyacint (inheems), wilde narcis (inheems, vooral in Drenthe), kievitsbloem (inheems, vooral in Overijsel), knikkend vogelmelk (Zuid- en Oost Europa) en lelietje der dalen (inheems) .

Aronskelk

Tegenwoordig zie je dat veel stinsenplanten aan het verwilderen zijn en kom je ze tegen in tuinen, maar ook in natuurgebieden. Daarnaast komen er af en toe soortgenoten van de bekende stinsenplanten ons land binnen, die zich in heel Nederland vestigen en uitbreiden, een voorbeeld is de Italiaanse aronskelk.