‘Dag meneer Ton de Bruyn’ spreekt ze me toe, terwijl ze verontwaardigd de buitentrap van de Schakel afdaalt. ‘Ja, ja ik ken u wel’, vervolgt ze haar relaas. ‘Hier moet u maar eens een stukje over schrijven in dat krantje van u. Het is toch een schandaal dat ik hier niet naar binnen kan om geld van mijn eigen rekening op te nemen. De diensten worden als maar duurder, maar de dienstverlening blijft er aardig bij achter.’ Ik beaam dit want ik was ook net op weg om geld op te nemen. We moeten dat toch in huis hebben volgens de minister en de banken, maar hoe dan? Twee flessen water en een pak wc-papier scoren gaat iets gemakkelijker in Gilze. Dit gedacht hebbend, kan ik mevrouw meteen helpen, realiseer ik me. ‘Je kunt ook bij de Jumbo terecht om geld op te nemen.’ Dat weet ze wel, maar dan moet ze nog verder weg. Bovendien heeft ze nog een bibliotheekboek in haar fietstas zitten om in te leveren en dat is ook al niet mogelijk.
Tegen zoveel aangedaan onrecht ben ik niet bestand. Haar volgende zin kan ik inmiddels wel dromen. ‘Het wordt allemaal steeds minder.’ Ik voorspel dat ze binnenkort afscheid moet nemen van de Regiobank, voeg toe dat we ongetwijfeld ook vaarwel gaan zeggen tegen de laatste brievenbus in het dorp en we zitten volledig op een lijn. Wij met zijn tweeën weten het wel. Nu de rest nog overtuigen van ons gelijk. Trouwens is het wel zo dat het allemaal minder wordt?
Net een wandelingetje gemaakt door de Laars en die hele wijk schreeuwt ‘meer, meer’ uit.
Maar goed, ik zou die avond naar toneel in Molenschot gaan en daar heb je toch echt geld nodig om binnen te komen. Dus ik vervolg de wandeling naar de Jumbo. De afgeladen volle boodschappenwagens rijden me al tegemoet. Ook dat kan wel een beetje minder en ik geef het goede voorbeeld door direct naar de geldautomaat te stappen. Mijn pasje erin. Meteen het commando om het andersom erin te stoppen. Nog twee keer tevergeefs proberen. Geen geld. Dus ook hier is het al minder geworden.
Het meisje aan de kassa kan me niet helpen, dus maar eens raad vragen aan de voorkant van het centrum. Bij Sandra waar we allemaal een beetje thuis zijn.
Zij legt uit dat het niet aan mijn pasje ligt maar aan het apparaat. De geldautomaat is in één dag helemaal leeg getrokken. Die minister Brekelmans van Defensie heeft blijkbaar veel invloed. Gelukkig is er nog geen sprake van een noodsituatie en Sandra weet raad. Ik moet het niet aan de grote klok hangen, maar ze heeft soms voor de oudjes nog een andere manier om aan geld te komen.
Ik verzeker haar dat dit Zijkaantje toch door niemand gelezen wordt en verlaat blij als een kind met een echt briefje van twintig het pand.
Hoewel… tot de oudjes gerekend worden. Dat had ook wel een jaartje of wat minder gekund.
Ton de Bruyn