Het schijnt, dat ik al brabbelend geboren werd en vanaf het moment dat ik kon praten, kletste ik iedereen de oren van het hoofd, of ze het nou wilden of niet.
Zodra ik ’s ochtends wakker werd, stond ik meteen in de 'praatmodus' en werden mijn ouders en broer knettergek van mijn eeuwige geklets!
Op ieder schoolrapport stond standaard de opmerking: 'Ze is een lieve, spontane meid, maar ze praat te veel'.
De kleuterjuf schreef toen al in mijn poesiealbum: 'Op school is zij een engel, met een ‘b’ er soms voor, want dat mondje van Corinne, kan babbelen hoor!'
Toen ik op de basisschool zat, was ik lid van een kinderkoor, dat werd gedirigeerd door onze schooldirecteur, hij was behoorlijk streng en had een hekel aan geklets tijdens de repetities.
Aangezien ik vaak de boosdoener was, werd ik regelmatig door hem berispt.
Na de repetitie mochten we altijd 2 dropjes uit het snoeptrommeltje pakken voor onze inspanning, maar vanwege mijn gebabbel kreeg ik er slechts 1.
De juffrouw van groep 5 (klas3) plakte ooit een stuk plakband op mijn mond, maar dat vonden mijn ouders en het schoolhoofd toch net iets te gortig….
Toen ik op de mavo en later op de havo zat, kreeg ik menigmaal op mijn donder, omdat ik volgens de docent wel erg gezellig zat te praten met mijn buurvrouw/buurman.
Op de secretaresseopleiding, die ik daarna volgde, leek het in onze meidenklas wel een kippenhok met al dat gekakel en altijd was dezelfde hen, haantje de voorste!
In mijn baan als notarieel medewerker, ging ik eens een weddenschap aan met mijn collega’s: als ik 1 uur mijn mond wist te houden, kon ik een zak Engelse drop verdienen. Tot ieders en mijn eigen stomme verbazing, is het me nog gelukt ook!
Ruim 10 jaar werkte ik als callcentermedewerker in de verkoop en klantenservice en dan is het best handig als je kunt lullen als Brugman.
Door de (negatieve) reacties van anderen, heb ik het lang als een handicap beschouwd, dat ik zo’n kletskous was, uiteindelijk bleek het mijn grootste pluspunt te zijn.
Omdat ik heel makkelijk contact maak, komt het in mijn beroep als mantelzorger bij senioren, heel goed van pas.
De mensen waar ik kom, zijn vaak eenzaam en komen nauwelijks de deur uit, waardoor hun wereldje steeds kleiner wordt, juist door te praten, wil ik ze motiveren om (weer) de dingen te doen, waar ze blij van worden!
Het is ontzettend jammer, dat we zo aan onze telefoonschermpjes vastgeplakt zitten en letterlijk geen oog meer hebben voor elkaar.
Even een gezellig praatje maken is vaak al genoeg om mensen uit hun isolement te halen, zodat ze de lichtpuntjes weer kunnen zien!
Als mede-Rijenaar wil ik u uitdagen om dit de komende tijd te gaan doen, naast een goed gevoel, bezorgt het u namelijk ook positieve energie!
Mocht u zelf verlegen zitten om een babbeltje en mij toevallig zien lopen in de Laverije, op het Wilhelminaplein of elders in het dorp, trek me dan gerust aan mijn jasje, u zult geen praat tekort komen!
Deze uitnodiging geldt uiteraard ook voor Gilzenaren, aangezien ik met enige regelmaat in Gilze vertoef.
Voor degenen die daar geen behoefte aan hebben, heb ik een goede tip: verstop u achter een boom, duik in de struiken, of vlucht een winkel in, zodra u mij ziet, anders bent u de klos!
P.S.: Nnu ik het toch over Gilze heb, zal ik collega columnist Ton de Bruyn eens een handje helpen met zijn campagne:
Fix nou eens dat bruggetje bij de Warande!