Vandaag word ik wakker gemaakt door de wekker. Een bijzonderheid in het leven van de pensionado. Het is nog donker dus ik draai me nog een keer om, maar ik schrik meteen op. De plicht roept. Een kattenwasje en in de kleren. Een ontbijt in sneltreinvaart en met de muziekkoffer op de rug op pad. Te voet over het fietspad langs het Mollebos dat hermetisch afgesloten is. Ik zie een andere pensionado in de weer met de opbouw van de feesttent. Nota bene een Rijense mens die volgens mij zelfs geelblauw pist.
Ik word gepasseerd door een collega-muzikant op de fiets en wij spreken af elkaar te ontmoeten bij de bakker voor de deur. En daar wacht de derde man ons op, zodat we een triootje kunnen beginnen. Nee, geen amoureus avontuur op de vroege morgen, maar wel iets bijzonders. We pakken namelijk alle drie ons muziekinstrument om lekker uit te gaan blazen in de vroege ochtend.
‘Die zijn gek’ zie ik u denken. Voor dag en dauw gaan toeteren. Dat betekent een volksopstand in de Augustinastraat, de straat die altijd een beetje het idee wekt onderdeel van een vakantiepark te zijn waar lekker uitgeslapen wordt. Het lijkt een oase van rust.
Niets is minder waar. Er staat al een hele groep buurtbewoners op ons te wachten. Is het om ons tot stilte te manen? Nee, juist het omgekeerde. Een en al bedrijvigheid met versieren. Alles goud wat er blinkt. Een dolenthousiaste buurman die ons al meteen bier wil aanbieden onder het motto ‘zonder drank, geen klank’. Wij bedanken beleefd en worden naar de voordeur geleid van de enige twee buurtgenoten die nog in diepe rust liggen. Aan ons de schone taak hen wakker te toeteren met zoveel mogelijk muzikaal geweld.
Reveille, het is jaren geleden. Een oude traditie van harmonie St. Cecilia wordt nieuw leven ingeblazen. Hoe vroeger, hoe beter. De wekker voorblijven was het devies bij dauwtrappen, Koninginnedag of gouden bruiloft. Iedereen blies zijn partijtje mee en het moest vooral hard zijn. Dat betekende soms als dank de volle pispot in je nek. Nu is het even zoeken naar de bekende melodieën en elkaar. Gelukkig worden we geholpen door ons reptielenbrein.
Het hele repertoire vliegt er doorheen, maar geen enkele beweging voor raam of deur. Opnieuw beginnen met de eerste mars en ja, enige activiteit boven. De gouden bruid verschijnt voor het raam. Het is nog maar half werk. Nog een marsje en daar verschijnt de bruidegom Arnold aan de deur. We zien zijn hoorapparaatje, dat hij snel heeft aangebracht. Dat verklaart een hoop. Cok, zijn vrouw zal wel met oordoppen slapen. Gelukkig herkent Arnold ons als zijn medemuzikanten. Hij maakt een wakkere indruk.
Met een gerust hart nog drie keer ‘lang zullen ze leven’, en de buurt kan gaan feliciteren. Het gouden feest barst los. Terug naar huis, om de hele dag de val van de prutsers te aanschouwen. In de hoofdrol de hoog gekuifde roeptoeter begeleid door zijn klapvee, die zijn favoriete plek aan de zijkant weer inneemt. Tijd voor een ethisch reveil?
Ton de Bruyn