Gelachen. Dat werd er op vrijdag 30 en zaterdag 31 januari heel veel in De Molenwiek in Molenschot. Daar vonden de Kletspraotavonden plaats. Veel papslokkers, maar ook niet-papslokkers, wisten de weg naar de gymzaal van de MultiFunctionele Accommodatie te vinden. Dat het een gymzaal was, was overigens alleen aan de vloer te zien. De rest van de ruimte was carnavalesk aangekleed, met op het podium gele en groene ballonnen, de kleuren van Papslokkersgat. Op dat podium verschenen vijf kletspraoters, waaronder één nieuweling.
Door Brigitte Laurijsen
Niet nieuw was de presentator van de kletspraotavonden. Eric Graafmans, gekleed in een glinsterend rood jasje, heette het publiek van harte welkom. Voordat de kletspraoters als toppers werden aangekondigd, bedankte hij De Molenwiek voor het beschikbaar stellen van de gymzaal. Aangezien het de eerste keer was dat hier de kletspraotavonden plaatsvonden, legde Eric ook uit waar de toiletten en de bordjes van de nooduitgangen zich bevonden. Nadat iedereen zijn telefoon uit of op ‘stil’ had gezet, was het tijd voor de komst van de eerste kletspraoter. Op vrijdag was dat de nieuweling, maar op zaterdag was de volgorde anders.
Piet Reinieren
Die nieuweling bleek niet uit Molenschot te komen. Het was namelijk Piet Reinieren. Zijn typetje: Piet Reinieren. Hij kwam dus als zichzelf, gekleed in een rood geruit jasje en met een gebreide muts op zijn hoofd. Zijn motorrit richting De Molenwiek viel niet mee: “Zat ik glad verkeerd, zat mee mene motor in Dorst”. Even later omschreef Piet Molenschot als ‘pittoresk’: “Affijn, toch wel een verekkes schoon dorp, Molenschot. Wij hebben er een twee-onder-een-kap gekocht, mee ene hoop consternatie. Maar als ge een bietje op stand woont, dan motte natuurlijk ook op de golfclub”. Met zijn eerste golfervaringen kreeg hij het publiek volop aan het lachen, maar ook met zijn enthousiasme.
Loeki Renne
Fanny van de Funfare, dat was het typetje van Loeki Renne. Behalve een keurig blauw double-breasted fanfarejasje droeg Fanny een zwarte ‘berenmuts’. Die muts was, zo vertelde ze, zo groot dat hij naar beneden zakte, waardoor ze zelf maar weinig zag. Dat Fanny bij de ‘herremenie’ zat, was duidelijk, maar ze had een nieuwe functie gekregen. Aangezien de dirigent kwijt was, moest die namelijk worden vervangen. Door Fanny. Fanny raakte op haar beurt haar ‘maoten’ kwijt, met als gevolg dat het publiek in moest vallen. Ook om Fanny van de Funfare werd veel gelachen en applaus was er natuurlijk ook.
Bram de Bruijn
Kletspraoter Bram de Bruijn stelde zich voor als de vredelievende singer-songwriter Bob Hogbristle. Die vredelievendheid vond hij zelf heel bijzonder: “Ons pa komt namelijk uit Knokke en ons ma uit de Gooi en Vechtstreek”. Met zijn lange haren, zijn bandana en zijn gebloemde broek was er echter geen sprake van knokken en vechten. Als singer-songwriter had hij een gitaar meegebracht. Tijd voor muziek dus. A-meezingmuziek. Van het publiek werd verwacht dat het met Bob mee zong, in het Engels. Bob begon in het Nederlands te zingen, waarna woordcombinaties als taart – paai – pie ontstonden. Zelf wil Bob in de toekomst ook Frans en Spaans proberen, dus hij komt zeker nog terug naar Molenschot, een dorp dat hem ook dan met open armen zal ontvangen.
Wilbert Roelen
Geen kletspraot zonder Bertje. Toch had Wilbert Roelen, zoals Bertje in het dagelijks leven heet, volgens eigen zeggen wel aan zijn deelname getwijfeld: “Ik had eigenlijk geen tijd gehad voor kletspraot, maar Yoeri vroeg het”. Dat is dus Yoeri Aarts, de voorzitter van CS de Papslokker. Bertje stapte dus ook dit jaar in de ton en hij had veel te vertellen: “Er is weer van alles gebeurd afgelopen jaar in ons mooie dorp”. Petra kwam natuurlijk ook ter sprake: “Petra zei dat ik m’n problemen niet mee naar bed moet nemen. Toen zei ik ‘Waor slaopte gij dan’?”. Ook een door Molenschot crossende pizzakoerier kwam in Bertjes kletspraot aan bod, maar uiteraard ook het faillissement van Baans: “We gaan nu naar ’t Vermaeck in Rijen”.
Annelie Reuser
In tegenstelling tot de andere kletspraoters stapte Annelie Reuser dit jaar niet in de ton. Ze stond namelijk achter een friettent. Die friettent had als naam ‘Friettent Vette Nel’. Volgens Vette Nel, het typetje van Annelie, was er in Molenschot frites nodig. Snacks lagen er ook in de vitrine: “Een broodje Oomen, een Binkieburger en ik heb ook nog Yoeri-saus”. Aanvankelijk had ze haar friettent ‘Mac Molenschot’ willen noemen, met een grote M. “Maar d’r bleek al zo’n gele M te bestaan”. ‘Vette Nel’ werd het dus, maar op de friteskar stond ook een afbeelding van haar man Sjaak. Nel was kwaad: “En die staat nooit in de kar”.
Nog meer kletsen
Nadat Annelie haar persoonlijke applaus in ontvangst had genomen, was het voor de kletspraoters tijd om gezamenlijk op het podium te stappen. Voor het maken van een groepsfoto, maar zeker ook om nogmaals door het publiek te worden toegejuicht. De kletspraotavond was toen echter nog niet afgelopen. Het publiek werd uitgenodigd om nog langer te blijven en onder het genot van een drankje zelf na te kletsen. Drankjes waren overigens eerder op de avond ook al genuttigd, voorzien van hapjes en zoutjes. Molenschot kijkt terug op geslaagde kletspraotavonden.
